**1..** Als de ambtenaar een periode niet of gedeeltelijk niet beschikbaar is voor de uitvoering van zijn werkzaamheden, dan heeft hij voor die periode geen recht op verlof.
**2..** De ambtenaar heeft wel recht op verlof als hij niet beschikbaar is, door:
het opnemen van verlof;
zwangerschaps- en bevallingsverlof;
buitengewoon verlof van korte duur voor het registreren van zijn huwelijk of geregistreerd partnerschap;
overig betaald verlof op grond van de Wet arbeid en zorg;
vakbondsverlof;
verlof op grond van de Wet op de ondernemingsraden;
ziekte, als er sprake is van gehele of gedeeltelijke doorbetaling van zijn salaris.
**3..** Het recht op verlof vervalt 12 maanden na het kalenderjaar waarin het recht is ontstaan, tenzij de ambtenaar redelijkerwijs niet in staat is geweest om dit verlof op te nemen.
**4..** Het IKB-verlof dat door de ambtenaar is gekocht vervalt of verjaart niet ongeacht in welk jaar dit gekocht is.
**5..** De totale aanspraken aan verlof moeten binnen de grenzen van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, onder 1° van de Wet op de loonbelasting 1964 blijven.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2