Bij het uitzetten van middelen gelden de volgende uitgangspunten:
Overtollige liquide middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeente mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden;
Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van het jaarlijkse begrotingsomvang met een maximum van € 500 miljoen. Het minimum drempelbedrag is € 250.000,-.
Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 en 7 genoemde voorwaarden.