Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP)

Onderdeel van Regeling jaargesprekken gemeente Mook en Middelaar 2017

De medewerker maakt tenminste één keer per drie jaar in overleg met de leidinggevende een Persoonlijk Ontwikkelingsplan zoals bedoeld in de CAR-UWO. In het Persoonlijk Ontwikkelingsplan maken leidinggevende en medewerker afspraken over het ontwikkelen van (potentiële) kwaliteiten van de medewerker. De afspraken in het Persoonlijk Ontwikkelingsplan worden gemaakt tegen de achtergrond van de individuele loopbaanontwikkeling van de medewerker. De gesprekken en afspraken zoals bedoeld in de artikelen 2 en 3 kunnen hierbij mede als basis dienen. De geformuleerde leerdoelen met daaraan gekoppelde opleidingsactiviteiten worden op het formulier gesprekkencyclus genoteerd zodat daar bij de planning rekening mee kan worden gehouden. Als de leidinggevende en de medewerker het niet eens kunnen worden over de te maken ontwikkelingsafspraken en te volgen opleidingen beslist de leidinggevende en kan de medewerker zijn zienswijze vermelden op het POP-formulier. In dat geval tekent de medewerker voor gezien. Desgewenst kan de medewerker binnen twee weken na het gehouden POP-gesprek eventuele bedenkingen gemotiveerd kenbaar maken aan de gemeentesecretaris. Indien de situatie in lid 5 zich voordoet, stelt de gemeentesecretaris namens het college het Persoonlijk Ontwikkelingsplan - al dan niet gewijzigd - definitief vast. Het al dan niet toekennen van studiefaciliteiten voortvloeiende uit het Persoonlijke Ontwikkelingsplan is een voor bezwaar en beroep vatbare beslissing.

Rechtspraak bij dit artikel