Naar hoofdinhoud
Inleiding De Wmo verstaat onder begeleiding: alle activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de inwoner zodat iemand zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. In het kader van begeleiding gaat het om de volgende activiteiten: Het ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen; Het ondersteunen bij of aanbrengen van structuur of het voeren van de regie; Het overnemen van toezicht op de inwoner. Afwegingskader Om voor begeleiding of dagbesteding in aanmerking te komen, zal het college eerst nagaan in het gesprek of mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Wettelijk voorliggende voorzieningen Het UWV, Werkplein Activerium en Werkbedrijf Lucrato begeleiden mensen naar werk vanuit onder andere de Participatiewet, wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) en de Wajong 2015. Algemeen gebruikelijke voorzieningen Een partner, huisgenoot of mantelzorger kan in de thuissituatie helpen om de dag te structureren en samen activiteiten ondernemen. Zie hiervoor ook de richtlijn gebruikelijke hulp in de bijlage. Daarnaast kan het bezoeken van bijvoorbeeld een hobbyclub bijdragen aan de vraag naar een zinvolle dagbesteding en begeleiding. Indien de cliënt niet in staat is zelf een oplossing te vinden voor zijn probleem, dan beoordeelt het college of er algemene of collectieve maatwerkvoorzieningen beschikbaar zijn, waarmee de cliënt geholpen kan zijn. Ook wordt cliënten gevraagd of zij de voorziening uit eigen middelen kunnen bekostigen. Collectieve en individuele maatwerkvoorzieningen De gemeente Epe biedt op het terrein van begeleiding op dit moment zowel collectieve als individuele maatwerkvoorzieningen. De keuze voor dagbesteding of individuele begeleiding hangt af van het doel van de begeleiding. Voor het daadwerkelijk bieden van dag- en weekstructuur en het overnemen van toezicht is groepsbegeleiding adequaat en goedkoper. Daarnaast heeft het groepsgewijs oefenen van vaardigheden de voorkeur; Voor het bieden van hulp bij het vergroten van de vaardigheden rond dag- of weekstructuur of het oefenen van specifieke vaardigheden, is individuele begeleiding meer passend. Daarnaast wordt een keuze gemaakt tussen lichte, midden of zware begeleiding. Deze keuze wordt niet bepaald op grond van de beperking van de cliënt maar hangt af van: Het doel van de begeleiding en; De mate van de regie van de cliënt in diens (netwerk)systeem. Lichte begeleiding (collectief of individueel) Het doel van lichte begeleiding richt zich met name op de levensdomeinen sociaal netwerk en activiteiten dagelijks leven van de zelfredzaamheidsmatrix (kortweg ZRM). Mate van regie: De doelen zijn samen met de cliënt opgesteld en worden door de cliënt nagestreefd. De regie is in handen van de cliënt. Leidraad: Vinger aan de pols. Toelichting: Deze vorm van begeleiding wordt met name ingezet als er sprake is van lichte zelfredzaamheids-hulpvragen op het gebied van het sociaal netwerk (bijv. eenzaamheid) en activiteiten dagelijks leven (bijv. toezien op zelfzorg). Het gaat niet om gedragsproblemen. Deze vorm van begeleiding kan geboden worden in de vorm van een algemene voorziening en eenvoudig uitgevoerd worden door vrijwilligers. Voorbeeld: Begeleiding in groepsverband: Inloopuren/ontmoetingsplek in een wijkgebouw waar vrijwilligers zorgen voor activiteiten. De vrijwilligers worden ondersteund door een coördinerend professional. Begeleiding individueel: maatjesprojecten, steunouder, hulp bij administratie en financiën via hulp van een vrijwilliger Medium begeleiding (collectief of individueel) Het doel van de medium begeleiding richt zich met name op de verbetering of stabilisatie van 3 of meer levensdomeinen van de ZRM, waarbij de score lager is of gelijk is aan 3. Mate van regie: Er is sprake van gedeelde regie. De doelen zijn samen met de cliënt opgesteld en worden als gezamenlijke doelen nagestreefd. Soms is sprake van een ontwikkeltraject (trainen/aanleren/stimuleren) van gedeelde regie naar eigen regie. Leidraad: Handen op de rug, stimuleren actie en soms ook vinger aan de pols. Toelichting: Deze vorm van begeleiding wordt ingezet als er sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid op meerdere domeinen in de zelfredzaamheidsmatrix en/of gedragsproblematiek. Vanwege de aard, omvang en duur van de beperkingen is de inwoner niet voldoende in staat is om op eigen kracht of met hulp vanuit het netwerk tot een vorm van dagstructurering te komen. Deze vorm van ondersteuning vereist speciale expertise. Voorbeeld: Begeleiding in groepsverband: Dagbesteding met medium intensieve begeleiding biedt een inwoner een structurele, activerende dag invulling. Het activiteitenprogramma als geheel biedt de inwoner structuur, sociale contacten en zingeving. De groep moet voldoen aan specifieke voorwaarden (bijvoorbeeld m.b.t. expertise van begeleiders, samenstelling, vorm, locatie). Een collectieve voorziening zou alleen mogelijk zijn als aan die voorwaarden zou worden voldaan. Begeleiding individueel: als in de thuissituatie begeleiding nodig is. Naast vereiste expertise van de begeleiding is de inzet ervan soms meerdere keren per week nodig en/of deels onplanbaar of wisselend in frequentie. Beschikbaarheid moet dus zijn georganiseerd. Complexe begeleiding (collectief of individueel) Bij complexe begeleiding is er sprake van cliënten die laag scoren op de domeinen verslaving (3 of lager), justitie (2 of lager) en/of geestelijke gezondheid (2 of lager). Daarnaast richten de doelen van de begeleiding zich op verbetering of stabilisatie van 3 of meer levensdomeinen van de ZRM, waarbij de score lager is dan 3. Mate van regie: Er is sprake van overname van regie door de hulpverlener. De cliënt wordt zo veel mogelijk betrokken en gemotiveerd om deze doelen te behalen. De hulpverlener streeft de doelen na. Leidraad: handen uit de mouwen en handhaven Toelichting: Vaak gaat het om situaties waar mensen zelfs met deze ondersteuning nog maar nèt thuis kunnen blijven wonen. Er is sprake van ernstige problemen op meerdere leefgebieden van de ZRM en/of gedragsproblematiek. Vaak is sprake van verminderde zelfzorg en beperkingen in de communicatie. Ook zijn er mogelijk jonge kinderen in huis. Vrijwillige inzet alleen is onvoldoende. Daarnaast is er speciale expertise en inzet van professionals bij de cliënt nodig om de continuïteit en deskundigheid te borgen. Vanwege de aard, omvang en duur van de beperkingen is de inwoner niet in staat is tot een vorm van dagstructurering te komen. De inwoner is aangewezen op een gespecialiseerde vorm van zorg en begeleiding op maat, vanwege complexe problematiek, waarbij wordt aangesloten bij de mogelijkheden en wensen van de deelnemer. Voorbeelden van cliënt situaties: Vergevorderde dementie of ernstige psychiatrische problemen, waardoor de cliënt zichzelf en zijn/haar omgeving in gevaar kan brengen. Er is vaak sprake van multiproblem, dubbeldiagnose, complexe problematiek als gevolg van verstandelijke beperkingen, psychiatrische- of psychogeriatrische aandoeningen of verslavingsproblematiek. Letsel met als gevolg gedragsproblemen (zoals bij NAH), waardoor een specifieke kennis en benadering vereist zijn. Bij onvoldoende kennis van het ziektebeeld zou de begeleiding een averechts effect hebben. De richtlijnen voor normtijden worden beschreven in een aparte werkinstructie.

Rechtspraak bij dit artikel