Naar hoofdinhoud
1. . Het college kent op aanvraag een vervoersvoorziening toe als de jeugdige is aangewezen op een door het college toegekende individuele maatwerkvoorziening voor jeugdhulp bij een jeugdhulpaanbieder en sprake is van een medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige die het zelfstandig reizen met het openbaar vervoer onmogelijk maakt en de jeugdige geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden: op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn omgeving; door, al dan niet (gedeeltelijk), gebruik te maken van een overige of algemene voorziening, zoals bedoeld in artikel 1 van de verordening; 2. . Het college kent een vervoersvoorziening toe indien de jeugdige niet in staat is zelfstandig te reizen en bij de ouders sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid waardoor zij de jeugdige niet kunnen vervoeren of met de jeugdige meereizen. 3. . Het college kent een vervoersvoorziening toe als er geen andere mogelijkheid is die de jeugdige in staat stelt de jeugdhulp te ontvangen die in de beschikking is vastgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel