Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 12.

Herziening verlaging bij maatregel (inkeerregeling)

Onderdeel van Tekstplaatsing van de Verzamelbeleidsregels 2018 Participatiewet, IOAW en Bbz, bekendgemaakt 28 december 2017, gmb 2017-233824

1. . Indien aan een belanghebbende een maatregel is opgelegd wegens het niet nakomen van de geüniformeerde arbeidsverplichtingen, kan deze maatregel op verzoek van de belanghebbende in ieder geval worden herzien indien: uit de houding van de belanghebbende ondubbelzinnig blijkt dat zijn gedrag gedurende die periode positief is gewijzigd; en het aannemelijk is dat het continueren van de maatregel zal leiden tot huisuitzetting van de belanghebbende en diens gezin of andere onaanvaardbare consequenties heeft voor de minderjarige kinderen. 2. . De maatregel wordt niet stopgezet: binnen een maand na de ingangsdatum van de maatregel; en met ingang van een eerdere datum dan het schriftelijke verzoek van de belanghebbende is ontvangen. 3. . Indien de maatregel is opgelegd wegens het niet aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, vindt geen stopzetting van de maatregel plaats.

Rechtspraak bij dit artikel