** 1. .** Geen draagkracht is aanwezig bij een inkomen tot 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en bij een vermogen dat lager is dan de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34, derde lid, van de PW.
** 2. .** Bij een inkomen dat hoger is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt de draagkracht vastgesteld op 25% van het meerdere inkomen.
** 3. .** In afwijking van het tweede en het derde lid geldt voor bijzondere bijstand voor woonlasten een draagkrachtgrens van 100%. Dit betekent dat al het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm volledig als draagkracht wordt aangemerkt.
** 4. .** Bij de bepaling van de draagkracht wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de PW.
** 5. .** De individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag worden bij de vaststelling van de draagkracht buiten beschouwing gelaten.
** 6. .** Het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld al bij de algemene bijstand.
** 7. .** Bij een vermogen dat hoger is dan de van toepassing zijnde vermogensgrens wordt het meerdere volledig als draagkracht aangemerkt.
** 8. .** De draagkracht wordt in beginsel vastgesteld voor een periode van twaalf maanden, gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ontvangen of met ingang van de eerste dag van de maand waarin de bijstand wordt verleend.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 28.
Draagkracht
Onderdeel van Tekstplaatsing van de Verzamelbeleidsregels 2018 Participatiewet, IOAW en Bbz, bekendgemaakt 28 december 2017, gmb 2017-233824