De teveel of ten onrechte verleende uitkering wordt bruto teruggevorderd, tenzij:
de vordering is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de aflossing van de vordering niet is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft;
de vordering nog kan worden terugbetaald of verrekend voor het einde van het kalenderjaar (boekjaar) waarin de vordering is ontstaan.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 1
Artikel 36.
Brutering vordering
Onderdeel van Tekstplaatsing van de Verzamelbeleidsregels 2018 Participatiewet, IOAW en Bbz, bekendgemaakt 28 december 2017, gmb 2017-233824