Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Woningfinancieringsregeling gemeentepersoneel

Als onderpand zal dienen een eigen woning die zal worden: Gebouwd; Aangekocht; Verbouwd. De geldlening zal maximaal zijn: In geval van bouw van een woning of koop van een nieuwe woning voor eigen bewoning; In geval van koop voor eigen bewoning van een bestaande woning; In geval van verbouwing van een bestaande, door de ambtenaar bewoonde eigen woning, 100% van de verbouwingskosten; De hoogte van de onder sub a, b of c bedoelde geldlening zal echter nooit meer bedragen dan de getaxeerde waarde van de al dan niet verbouwde woning. Ambtenaren die voor een door henzelf bewoonde woning elders een hypothecaire geldlening hebben afgesloten kunnen deze na beëindiging of opzegging door een gemeentelijke lening vervangen. De hoogte van de geldlening zal maximaal het restantbedrag van de bestaande lening(en) zijn. De geldlening(en) moet(en) betrekking hebben op de woning.

Rechtspraak bij dit artikel