Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Eigen bijdragen voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Drimmelen 2018

1.. Een cliënt betaalt een eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. Deze eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn/haar partner. 2.. De eigen bijdrage, dan wel het totaal van de eigen bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 3.. In afwijking van artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bedraagt de bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van deze bijdragen: voor een eenpersoonshuishouden, niet meer dan € 9,89 per bijdrageperiode met dien verstande dat dit bedrag, indien zijn bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.9 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015: meer bedraagt dan € 26.685,00 en hij de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 12,5% van het verschil tussen dat inkomen en € 26.685,00; meer bedraagt dan € 20.386,00 en hij de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 12,5% van het verschil tussen dat inkomen en € 20.386,00; voor de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten waarvan een van beiden of beiden de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt of nog niet hebben bereikt tezamen € 0,00 per bijdrageperiode, met dien verstande dat dit bedrag, indien het gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.9 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 meer bedraagt dan € 41.038,00 wordt verhoogd met een dertiende deel van 12,5% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 41.038,00; voor de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten die beiden de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, niet meer dan € 9,89 per bijdrageperiode, met dien verstande dat dit bedrag, indien het gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.9 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 meer bedraagt dan € 28.149,00 wordt verhoogd met een dertiende deel van 12,5% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 28.149,00. Tabel eigen bijdragen Huishouden + leeftijd Maximale periode bijdrage Inkomensgrens Marginaal tarief Eenpersoonshuishouden niet AOW gerechtigd 9,89 26.685 12,50% Eenpersoonshuishouden AOW gerechtigd 9,89 20.386 12,50% Meerpersoonshuishouden niet AOW gerechtigd 0,00 41.038 12,50% Meerpersoonshuishouden AOW gerechtigd 9,89 28.149 12,50% 4.. De in het derde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2018 en kunnen ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd worden. 5.. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk vastgestelde bedragen. 6.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met een aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7. . De kostprijs voor een maatwerkvoorziening begeleiding die aan het CAK wordt doorgegeven voor berekening van de eigen bijdragen bedraagt voor Licht € 172,05 per 4 weken Middel € 860,27 per 4 weken Zwaar € 1.892,59 per 4 weken. Als een cliënt minder dan 1 uur per week begeleiding ontvangt wordt € 86,01 per 4 weken aan het CAK doorgegeven 8. . Voor pgb voor begeleiding vanuit het sociaal netwerk worden de volgende bedragen per periode aan het CAK doorgegeven: Licht € 105,30 per 4 weken Middel € 526,48 per 4 weken Zwaar € 1.158,26 per 4 weken 9. . In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 10. . De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel