Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 24.

Uitzonderingen / drie jaar of langer een minimuminkomen

Onderdeel van Beleidsregels Armoedebeleid gemeente Aalten 2018

1.. Bijstandsverlening om niet kan aan de orde zijn als de aanvrager lange tijd geen mogelijkheden heeft gehad om voor de kosten te reserveren, voor langere tijd geen mogelijkheden heeft om terug te betalen in verband met overige verplichtingen of een lening / borgtocht een te zware belasting zou betekenen. 2.. Bij een inkomen op maximaal de voor geldende bijstandsnorm gedurende een aaneengesloten periode van 3 jaar wordt het niet meer wenselijk geacht te reserveren voor of af te lossen op een lening voor duurzame gebruiksgoederen. Na genoemde periode kan dan bijstand om niet verstrekt worden voor duurzame gebruiksgoederen. Toetsing vindt plaats op individuele gronden (maatwerkprincipe). 3.. Bijstand om niet voor duurzame gebruiksgoederen kan alleen verstrekt worden voor de navolgende goederen: - wasmachine; - koelkast; - kooktoestel; - matras; - stofzuiger. Niet genoemde duurzame gebruiksgoederen komen dus in het algemeen niet voor bijzondere bijstandsverlening in aanmerking. Individualisering blijft altijd mogelijk. 4.. Een aan belanghebbende toegekende individuele inkomenstoeslag wordt daarbij niet aangemerkt als een voorliggende voorziening. 5.. Indien een geldlening wordt verstrekt stemt het college het aflossingsbedrag en de duur van de aflossing mede af op omstandigheden, mogelijkheden en middelen van belanghebbende, alsmede het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Tenzij het voorgaande aanleiding geeft tot een afwijkende vaststelling wordt het aflossingsbedrag bepaald op de som van: de vastgestelde minimale aflossingscapaciteit op basis van de geldende bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, per gezinssamenstelling, afgerond op hele veelvouden van € 1,00 en; 50% van het meerinkomen. De aflossingscapaciteit bedraagt 5%: voor een alleenstaande; voor een alleenstaande met woonvoordelen; voor een alleenstaande ouder; voor een alleenstaande ouder met woonvoordelen; voor gehuwden of samenwonenden met een gezamenlijke huishouding met kinderen; voor gehuwden of samenwonenden met een gezamenlijke huishouding zonder kinderen; voor gehuwden of samenwonenden met een gezamenlijke huishouding met woonvoordelen. 6. . Het aflossingsbedrag wordt herzien, indien wijziging in de financiële omstandigheden van belanghebbende daartoe aanleiding geven. 7. . Indien belanghebbende overgaat van een Participatiewet-uitkering naar studiefinanciering dan wordt de openstaande vordering “bevroren” totdat iemand een inkomen boven het sociaal minimum heeft. Dit kan zijn door inkomsten uit arbeid heeft, doorat iemand een uitkering ontvangt of doordat er naast de studiefinanciering sprake is van inkomsten uit arbeid waardoor men boven het sociaal minimum uitkomt. 8. . Indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van borgtocht kan bijstand worden verleend voor de kosten van rente en aflossing voor zover de kosten hoger zijn dan de hierboven genoemde aflossingsbedragen. De hoogte van de bijstand bedraagt de hoogte van de aflossing minus de maximale aflossingscapaciteit volgens artikel 24 lid 5 van deze beleidsregels. 9. . Als het verstrekken van een lening voor belanghebbende een te zware belasting is, kan bijzondere bijstand om niet verstrekt worden. Het doel van deze bepaling is belanghebbende na 36 maanden weer in staat te stellen zelf te gaan reserveren en zoveel als mogelijk schuldenvrij te laten zijn. 10. . Voor het verstrekken van bijstand om niet voor duurzame gebruiksgoederen is het wenselijk een drempelbedrag in te bouwen. De drempel in het vermogen wordt vastgesteld op een bedrag van ter hoogte van 1,5 maal de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, op de lopende rekening van belanghebbende. Dit houdt in dat géén bijstand om niet wordt verstrekt wanneer het totale gezinsvermogen van belanghebbende de voor hem geldende drempel overschrijdt. Men wordt in dat geval geacht voldoende te hebben gereserveerd voor de aanschaf /vervanging van de duurzame gebruiksgoederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel