Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1

Artikel 30.

Individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Beleidsregels Armoedebeleid gemeente Aalten 2018

1.. Indien over een periode van 36 maanden een inkomen is ontvangen tot 110 % van het voor belanghebbende geldende sociaal minimum en er geen uitzicht is op inkomensverbetering, komt men in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag. Wanneer er sprake is van een inkomen dat hoger ligt dan deze gestelde inkomensgrens, wordt een draagkrachtberekening toegepast vanaf de geldende/gehanteerde inkomensgrens. 2.. Het vermogen, op moment van aanvraag, van belanghebbende mag niet hoger zijn dan de bedragen genoemd in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet. 3.. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt, met uitzondering van een alleenstaande ouder, 40 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag (peildatum 1 januari). 4.. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt voor een alleenstaande ouder 50 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag (peildatum 1 januari). 5.. Er is geen verantwoordingsverplichting van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel