Voor de vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de APV wordt de termijn om een aanvraag in te dienen verlengd tot achttien weken.
In dit artikel wordt verstaan onder:
A-evenement: een evenement, waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken;
B-evenement: een evenement, waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
C-evenement: een evenement waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegde gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
In afwijking van het eerste lid wordt de termijn om een aanvraag in te dienen verkort tot:
tien weken indien het bevoegd gezag de aanvrager schriftelijk heeft meegedeeld dat zijn aanvraag betrekking heeft op een A-evenement;
veertien weken indien het bevoegd gezag de aanvrager schriftelijk heeft meegedeeld dat zijn aanvraag betrekking heeft op een B-evenement.
Indien het bevoegd gezag de aanvrager schriftelijk heeft meegedeeld dat zijn aanvraag betrekking heeft op een C-evenement, geldt een aanvraagtermijn van achttien weken.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Aanwijzing vergunningen met aanvraagtermijn van tien, veertien of achttien weken (artikel 1:8, derde lid, APV)
Onderdeel van APV regeling Haaksbergen(7.2b)