Naar hoofdinhoud
1. De voorzitter van de raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 21, eerste lid van de Gemeentewet, het recht om deel te nemen aan de beraadslagingen bij de raadsvergaderingen. De voorzitter heeft geen stemrecht; de plaatsvervangend voorzitter wel. 2. De raadsvoorzitter is belast met: a. de leiding van de raadsvergadering; b. het bepalen van spreekregels, volgorde van sprekers, de spreektijd en voor het overige de orde in de vergadering handhaaft; c. het naleven van dit reglement; d. al hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel