Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 38.

Amendementen en subamendementen

Onderdeel van REGLEMENT VAN ORDE VOOR VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE HEUSDEN 2018

1. Een raadslid kan, tot het sluiten van de beraadslagingen, over een voorstel of onderwerp één of meer amendementen indienen. 2. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door raadsleden, die de presentielijst getekend hebben en die in de vergadering aanwezig zijn. 3. Een raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een raadslid is ingediend, een wijziging voor te stellen; dit voorstel is een subamendement. 4. Een amendement of een subamendement moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de raadsvoorzitter worden ingediend, tenzij de raadsvoorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 5. Intrekking van een (sub-)amendement door de indiener(s) is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad is afgerond.

Rechtspraak bij dit artikel