Naar hoofdinhoud
1. Schriftelijke vragen van raadsleden aan het college en aan de burgemeester worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of een schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden. De antwoorden worden geplaatst op de lijst van ingekomen stukken als bedoeld in artikel 32 van dit reglement. 5. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord. De mondelinge beantwoording en de nadere inlichtingen over de schriftelijke beantwoording worden als laatste punt op de agenda geplaatst. 6. De vragensteller krijgt in de eerste termijn het woord. Na de mondeling beantwoording door lid van het college, volgt een reguliere tweede termijn.

Rechtspraak bij dit artikel