Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Horeca, coffeeshops, speelautomatenhalen, seksbedrijven en overige bedrijven

Onderdeel van Beleidsregel toepassing Wet Bibob 2018 gemeente Utrecht

1. In geval van een aanvraag om (wijziging van) een vergunning als bedoeld in de artikelen 3 en 30a van de Drank- en Horecawet, de artikelen 2 en 12a van de Horecaverordening Utrecht (exploitatievergunning horeca en coffeeshops), artikel 2, eerste lid van de Verordening op de speelautomatenhallen (vergunning speelautomatenhal), artikel 3:4, eerste lid van de APV (vergunning seks- en escortbedrijf), artikel 2:47 van de APV zal het bestuursorgaan in beginsel een Bibob-onderzoek starten indien: a. sprake is van nieuwe vestiging van een inrichting of bedrijf en/of b. sprake is van een overname of wijziging van een exploitant en/of c. op grond van:vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. • eigen ambtelijke informatie, en/of • informatie verkregen van het LBB, en/of • informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of • vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of • overige signalen 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid zal het bestuursorgaan ten aanzien van paracommerciële instellingen en slijterijen in beginsel uitsluitend een Bibob-onderzoek starten, indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub c van deze beleidsregel. 3 In beginsel wordt geen Bibob-onderzoek gestart indien een aanvraag voor een vergunning voor een prostitutiebedrijf een raamprostitutiebedrijf betreft als bedoeld in artikel 3:1 onder e. van de APV, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de aanvraag betreft een vergunning die, indien deze wordt verleend, op naam wordt gesteld van een eenmanszaak; b. de eigenaar van de eenmanszaak niet reeds exploitant is in de zin van artikel 3:1 onder h. van de APV; c. de aanvraag betrekking heeft op niet meer dan één (1) werkruimte en d. de seksuele diensten in de werkruimte uitsluitend worden verricht door degene die eigenaar is van de eenmanszaak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel