In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef
en onder e. van de Wabo, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als
bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die wet en artikel 2.1, eerste lid onder i. van de Wabo, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd, zal het bestuursorgaan in beginsel een Bibob-onderzoek starten, indien op grond van:
• eigen ambtelijke informatie, en/of
• informatie verkregen van het LBB, en/of
• informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
• vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of
• overige signalen
vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene (dan wel degene die op grond van artikel 2.20 van de Wabo met hem gelijkgesteld kan worden) en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.