1. De gemeente zal, nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen, in beginsel een
Bibob-onderzoek starten, indien in de overeenkomst een Bibob-beëindigingclausule als bedoeld in artikel 5a, sub b van de Wet Bibob is opgenomen én indien op grond van:
• eigen ambtelijke informatie, en/of
• informatie verkregen van het LBB, en/of
• informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
• vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of
• overige signalen
vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de gemeente, nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen, periodiek een Bibob-onderzoek uitvoeren op momenten zoals in de overeenkomst bepaald.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Vastgoedtransacties screening achteraf
Onderdeel van Beleidsregel toepassing Wet Bibob 2018 gemeente Utrecht