Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.

Artikel 2:29

Sluitingstijd

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014 incl. 1e wijziging van de APV 2014

1. a. Het is de exploitant verboden de openbare inrichting, niet zijnde een houder van een nachtverblijf, voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met zaterdag tussen 03.00 uur en 06.00 uur. Voor openbare inrichtingen als bedoeld in lid 1a van dit artikel geldt dat na 02.00 uur: geen publiek meer wordt toegelaten; geen alcoholhoudende drank meer wordt verstrekt; geen muziek ten gehore wordt gebracht; de verlichting aan moet zijn. Het is de houder van een openbare inrichting waar bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat, uitsluitend dan wel in hoofdzaak geringe eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, verboden deze voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur. Voor openbare inrichtingen als bedoeld in lid 1c van dit artikel geldt dat na 02:30: geen publiek meer wordt toegelaten; geen muziek ten gehore wordt gebracht; en de verlichting aan moet zijn. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. De sluitingstijd van alle horecabedrijven wordt op 1 januari vastgesteld op 06.00 uur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel