De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gedurende minimaal zes maanden na de verzenddatum van dit besluit gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de uitkeringsperiode.
Indien tijdens het nemen van het terugvorderingsbesluit een ander inkomen wordt ontvangen dan een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Ioaw of Ioaz, wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld aan de hand van de draagkracht van belanghebbende. Het bedrag naar draagkracht wordt berekend aan de hand van de “draagkrachtberekening bij terugvordering”.
In afwijking van het gestelde in het tweede lid wordt met een betalingsvoorstel van de belanghebbende ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 36 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt.
HOOFDSTUK 2 › § 2.1
Artikel 10
Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de Participatiewet, Ioaw of Ioaz en bij debiteuren die geen recht hebben op algemene bijstand krachtens de Participatiewet, de Ioaw of de Ioaz.
Onderdeel van Gemeente Rhenen - Beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering gemeente Rhenen 2017