Het college streeft er naar om de teruggevorderde en de op derden verhaalde kosten optimaal in te vorderen, voor zover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet.
Het college kan besluiten af te zien van (verdere) invordering indien de belanghebbende:
Gedurende tien jaar volledig aan zijn betaalverplichtingen heeft voldaan;
gedurende tien jaar weliswaar niet volledig aan zijn betaalverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog uit eigener beweging heeft betaald;
gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten;
een bedrag van tenminste 50% van de restsom ineens voldoet; dan wel
een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit beroep door het college is gehonoreerd.
De termijn genoemd onder het tweede lid onderdeel a bedraagt drie jaar indien de vordering een lening betreft voor duurzame gebruiksgoederen.
In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, d en e slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. Tot toepassing van het tweede lid, aanhef en onderdeel c wordt uitsluitend ambtshalve besloten.
Het college ziet af van (verdere) invordering wanneer er zwaarwegende omstandigheden zijn in het belang van de gemeente zelf en het geen fraudevordering betreft die ontstaan is na 1 januari 2013.
HOOFDSTUK 3 › § 3.1
Artikel 15
Afzien van (verdere) invordering
Onderdeel van Gemeente Rhenen - Beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering gemeente Rhenen 2017