**1..** Het algemeen bestuur wordt gevormd door de leden die daartoe conform de Wet gemeenschappelijke regelingen door de deelnemende gemeenten zijn aangewezen.
**2..** De colleges van de deelnemende gemeenten wijzen uit hun midden tenminste een plaatsvervanger aan. Deze dient te voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap gesteld in de Wet gemeenschappelijke regelingen.
**3..** Uit en door het algemeen bestuur worden de voorzitter, de penningmeester en de plaatsvervangend voorzitter aangewezen.
**4..** Het plaatsvervangend lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra het plaatsvervangend lid de hoedanigheid verliest op grond waarvan hij als zodanig is aangewezen.
**5..** De zittingsperiode van de leden en plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de leden van de gemeenteraad, met inachtneming van de demissionaire periode waarin wethouders hun functie nog uitoefenen in afwachting van het aantreden van het nieuwe college. De aanwijzing vindt plaats in het jaar waarin de verkiezingen voor de gemeenteraad worden gehouden, zo spoedig mogelijk na het aantreden van het nieuwe college en overigens zo spoedig mogelijk na het ontstaan van een vacature.
**6..** Het algemeen bestuur kan zich door deskundigen doen bijstaan.
HOOFDSTUK II - › Paragraaf
Artikel 11
Algemeen
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen