Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2010

Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen: a. voor restafval van huishoudens een mini- of rolcontainer (140 of 240 liter grijs) voor de gebruiker van een perceel. Voor de gebruikers van een groep percelen (gestapelde of hoogbouw bijvoorbeeld) een inzamelvoorziening op wijkniveau in of nabij het gebouw waarop zichtbaar is aangebracht de aanduiding “restafval”; b. voor GFT-afval van huishoudens een mini- of rolcontainer (140 of 240 liter groen). c. voor klein chemisch afval een chemobox. d. voor oud papier en karton een mini- of rolcontainer (140 of 240 liter, buiten de bebouwde kom blauw, binnen de bebouwde kom op basis van vrijwilligheid grijs met blauw deksel. ; e. voor glas, papier en textiel op wijkniveau zijn de volgende inzamelvoorzieningen aangewezen: een ondergrondse verzamelcontainer met daarop zichtbaar aangebracht de tekst “glas” of een bovengrondse glasbol ; een ondergrondse verzamelcontainer waarop zichtbaar is aangebracht de tekst “papier”; een ondergrondse verzamelcontainer waarop zichtbaar is aangebracht de tekst “textiel” of een krachtens gemeentelijke vergunning door derden geplaatste bovengrondse inzamelcontainer met het opschrift “textiel”.f. Ten behoeve van de overdracht van alle categorieën huishoudelijke afvalstoffen is als afvalbrengstation in de gemeente aangewezen het afvalbrengstation aan de Zeeasterweg; g. Kunststofafval wordt ingezameld met door de inzamelaar verstrekte plastic zakken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel