Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten spreektijd. Indien er meerdere sprekers zijn behorend tot één groep kan de voorzitter de spreektijd evenredig verdelen over de sprekers. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale duur van de spreektijd.
De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
Na de commissiebehandeling van het betreffende onderwerp stelt de voorzitter de spreker in de gelegenheid nog één keer kort, maximaal één minuut, het woord te voeren. Daarna sluit hij het agendapunt af.
De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2
Artikel 22.
Spreekrecht burgers over onderwerpen die op de agenda staan
Onderdeel van Gemeente Dinkelland; Verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2018