De zittingsperiode van een commissielid en een commissievoorzitter valt samen met de zittingsperiode van de raad.
Een commissielid die geen raadslid is houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen.
De raad kan een commissielid die geen raadslid is ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.
De raad kan de commissievoorzitters ontslaan. Zij houden daarmee tevens op lid te zijn van het presidium.
Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Ontslag van een commissievoorzitter betekent tevens ontslag als lid van het presidium.
Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.
Hoofdstuk 1
Artikel 6.
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Gemeente Dinkelland; Verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2018