Naar hoofdinhoud
1.. De raad kan raadswerkgroepen instellen. Raadswerkgroepen houden van rechtswege op te bestaan aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Het bepaalde in deze verordening is van overeenkomstige toepassing op raadswerkgroepen met uitzondering van de artikelen 11, 15, 16 en 17. 3.. De raad kan per fractie maximaal één lid van de raadscommissie benoemen tot lid van een raadswerkgroep. 4.. De raadswerkgroep benoemt uit zijn midden een voorzitter.

Rechtspraak bij dit artikel