Naar hoofdinhoud
NOM ready Om in aanmerking te komen voor de subsidie, dient maatregel 1 en dienen minstens twee van de maatregelen 2 tot en met 6 te worden uitgevoerd te worden en moet op voorhand aangetoond worden dat na uitvoering de vereiste specificaties van de onderdelen worden bereikt. De maatregelen , 7, 8 en 9 komen pas in aanmerking voor subsidie als aan bovenstaande is voldaan of indien 3 van de maatregelen 2 tot en met 6 al eerder zijn uitgevoerd. De maatregelen met nummer 1 en 2 dienen in onderlinge samenhang te worden uitgevoerd, omdat er bij ventilatiesysteem C nieuwe raamroosters nodig zijn, en er bij ventilatiesysteem D juist geen raamroosters aanwezig mogen zijn: Maatregel Ventilatieverbetering Een van de volgende systemen wordt geïnstalleerd: A. Een ventilatiesysteem systeem C, mechanische afvoer en natuurlijke toevoer, voorzien van druk gestuurde toevoerroosters en CO2 gestuurde afvoer per vertrek. In de slaapkamers is een capaciteit aanwezig van 30 m3/(h persoon) zonder hinderlijk geluid. In de overige vertrekken voldoet het systeem aan de minimale eisen voor nieuwbouw uit het Bouwbesluit. Het merk en type ventilatiesysteem is opgenomen in de Nederlandse databank van ventilatiesystemen met een kwaliteitsverklaring conform NEN 7120 van Bureau CRG. Zie www.bcrg.nl B. Een ventilatiesysteem systeem D, mechanische afvoer en mechanische toevoer, voorzien van warmteterugwinning met een rendement van minimaal 73%. Indien het een centraal systeem betreft voorzien van een toevoerfilter klasse F7. In de hoofdslaapkamers is een capaciteit aanwezig van 30 m3/(h persoon) zonder hinderlijk geluid. In de overige vertrekken voldoet het systeem aan de minimale eisen voor nieuwbouw uit het Bouwbesluit. Het merk en type ventilatiesysteem is opgenomen in de Nederlandse databank van ventilatiesystemen met een kwaliteitsverklaring conform NEN 7120 van Bureau CRG. Zie www.bcrg.nl Maatregel kozijnen en/of glas, waarbij alle kozijnen/beglazing van de woning wordt vervangen A. In houten kozijnen die nog 20 jaar mee kunnen wordt HR++ ( Ugl ≤ 1,10) glas geplaatst voor zover nog niet aanwezig of indien mogelijk HR+++ (Ugl ≤ 0,6) glas geplaatst B. Als kozijnen en glas worden vervangen (Uraam ≤ 0,9) Om in aanmerking te komen voor subsidie op deze maatregel, dient er in alle gevallen een te openen raam aanwezig te zijn in alle verblijfsruimten. Dit biedt de mogelijkheid om de hele woning en kamers afzonderlijk kortstondig te kunnen spuien. Tevens dient de aansluiting tussen nieuw kozijn en achterliggende constructie luchtdicht te worden afgewerkt. Maatregelen voor gevels grenzend aan buitenlucht De gevels worden geïsoleerd en luchtdicht gemaakt. Buiten isolatie: U-waarde ≤ 0,30. Binnen isolatie: U-waarde ≤ 0,50. Maatregelen betreffende de gehele daken De daken worden geïsoleerd en luchtdicht gemaakt. Buiten isolatie: U-waarde ≤ 0,30. Binnen isolatie: U-waarde ≤ 0,50. Hetzelfde effect mag worden behaald door het isoleren van de (onverwarmde) zoldervloer in combinatie met de dakisolatie. Maatregelen gehele vloer grenzend aan kruipruimte, bodem of buitenlucht De vloer wordt geïsoleerd en luchtdicht gemaakt. Buiten isolatie: U-waarde ≤ 0,30. Binnen isolatie: U-waarde ≤ 0,50. De vervanging van een compleet geveldeel Een compleet geveldeel wordt vervangen en de isolatie van de onderdelen voldoen aan maatregel 2 en 3. Maatregel Laag Temperatuur Verwarming (LTV) Als in voldoende mate aan bovenstaande maatregelen is voldaan, is de warmtevraag van de woning en daarmee het benodigde piekvermogen van de verwarming zo laag, dat de hoofdverwarming voldoende vermogen kan leveren voor een behaaglijke binnentemperatuur, met Cv water met een aanvoertemperatuur van maximaal 42° en een retourtemperatuur van 34°C. Het warmteafgiftesysteem is zo gedimensioneerd en waterzijdig ingeregeld dat de verwarming opwekker (Cv gasketel of (toekomstige)warmtepomp) 90% van de jaarlijks benodigde warmte kan leveren bij een maximale aanvoertemperatuur van 42°C en een dT van maximaal 10K. Maatregelen warmtepomp Mits is voldaan aan maatregel 7, LTV, wordt één van de volgende warmtepompen geïnstalleerd: A. Bodem/water warmtepomp voor ruimteverwarming en warm water, voorzien van vrije koeling. Het merk en type warmtepomp is opgenomen in de Nederlandse databank met een kwaliteitsverklaring conform NEN 7120 van Bureau CRG. Zie www.bcrg.nl B. Lucht/water warmtepomp voor ruimteverwarming en warm water. Het merk en type warmtepomp is opgenomen in de Nederlandse databank met een kwaliteitsverklaring conform NEN 7120 van Bureau CRG. Zie www.bcrg.nl Maatregelen warm tapwater Een van de volgende voorzieningen wordt geïnstalleerd: A. Douche WTW met een praktijkrendement van 50%. De afgaande drinkwaterleiding met voorverwarmd water wordt aangesloten op de ingang van het warm water toestel en op de koude kant van de douchemengkraan. Het merk en type douche WTW is opgenomen in de Nederlandse databank met een kwaliteitsverklaring conform NEN 7120 van Bureau CRG. Zie www.bcrg.nl B. Zonneboiler met een collectoroppervlak van minimaal 2,5 m2 en een inhoud van minimaal 120 liter. Indien men voornemens is binnen 20 jaar ook een warmtepomp te installeren, en het gas af te sluiten, dient de zonneboiler geschikt te zijn om te worden na verwarmd met een warmtepomp. Het merk en type zonneboiler is opgenomen in de Nederlandse databank met een kwaliteitsverklaring conform NEN 7120 van Bureau CRG. Zie www.bcrg.nl Om in aanmerking te komen voor subsidie op deze maatregel, dient er in alle gevallen een spaardouche te zijn gemonteerd met een debiet van maximaal 7,0 liter/minuut. Toelichting op toepassing van losse maatregelen richting NOM ready Met deze subsidieregeling wil de gemeente bevorderen dat de warmtevraag van woningen wordt teruggebracht voordat andere energiebesparende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen kunnen los van elkaar worden uitgevoerd, maar ventilatie en glas moeten als eerste worden aangepakt en om maatregel 6 te kunnen bereiken dient aan een aantal van de voorliggende maatregelen te zijn voldaan. Hiermee kan het budget leidend zijn in de totale omvang van de renovatie, zonder dat er halfslachtige maatregelen worden getroffen. Ook worden er geen beperkingen gecreëerd die toekomstige verdere maatregelen in de weg zitten. Verder is het mogelijk dat in sommige woningen al één van de maatregelen reeds is uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel