De optimale leefbaarheid en vitaliteit van een buurt worden uitgedrukt in door burgers ervaren optimale niveaus op de volgende vijf terreinen:
de verzorgingssituatie: het voorzieningenniveau inclusief openbaar vervoer;
de woonsituatie: de kwaliteit van de woning en de fysieke leefomgeving;
de onderwijs- en werksituatie: de toegankelijkheid van scholen en bedrijven;
het sociale klimaat: de kunst van het samenleven, de sociale veiligheid, de kwaliteit van de woonomgeving;
de bestuurlijke omgeving: de toegankelijkheid, attitude en werkwijze van politiek bestuur, het gemeentelijke apparaat en andere maatschappelijke organisaties.
De wijze waarop de buurt zelf aan de slag gaat met de verbeterpunten en welke prioriteiten daarbij worden gesteld.
Welke ondersteuning wordt gevraagd van de gemeente en/of maatschappelijke organisaties.