**1..** Het dagelijks bestuur bestaat ten minste uit de voorzitter en twee andere door het algemeen bestuur aan te wijzen leden, met inachtneming van artikel 14, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
**2..** Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een lid of leden van het dagelijks bestuur aan en kan een lid van buiten de kring van het algemeen bestuur aanwijzen.
**3..** In aanvulling op het eerste en tweede lid geldt dat te allen tijde in ieder geval zowel een lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het college van Aalten, een lid dat is aangewezen door het college van Doetinchem als een lid aangewezen door het college van Oude IJsselstreek worden aangewezen in het dagelijks bestuur.
**4..** Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur of de termijn van aanwijzing van het lid van buiten de kring van het algemeen bestuur eindigt.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf
Artikel 13:
Samenstelling en aanwijzing leden
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn