**1..** Uittreding is niet mogelijk binnen drie jaar nadat de regeling is getroffen onderscheidenlijk binnen drie jaar na toetreding, voor zover het de toetreder betreft.
**2..** Indien de regeling slechts twee colleges als deelnemers heeft wordt een verzoek tot uittreding beschouwd als verzoek tot opheffing conform artikel 43.
**3..** Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit schriftelijk kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges.
**4..** Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de Uitvoeringsorganisatie Laborijn. De kosten voor het maken van het voorstel komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden.
**5..** Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het derde lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De uittreding geschiedt per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste een vol kalenderjaar.
**6..** De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het derde lid, vastgesteld door de colleges.
Hoofdstuk 7:
Artikel 42:
Uittreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn