1. De raad ontslaat de voorzitter of stelt hem op non-activiteit.
2. Het voorzitterschap eindigt:
a. op eigen verzoek;
b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de auditcommissie;
c. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is
veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
d. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
e. bij einde van de benoemingsperiode.
3. De voorzitter kan door de raad worden ontslagen wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is de functie te vervullen.
Hoofdstuk
Artikel 4.4
Ontslag en non-activiteit
Onderdeel van Organisatieverordening gemeenteraad Elburg 2018