Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van:
reis- en pensionkosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 1 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders, en
dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders.
Er bestaat alleen recht op een vergoeding als bedoeld in het eerste lid, indien er een uitdrukkelijk voornemen is om in de gemeente te gaan wonen.
Artikel 12.
Verhuis-, reis-en pensionkosten en tegemoetkoming dubbele woonlasten bij benoeming
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2018