De aanvraag om een schadevergoeding wordt in ieder geval afgewezen indien:
De schade redelijkerwijs niet kan worden toegerekend aan een door een bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling;
De aanvrager het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard;
De aanvrager de schade had kunnen beperken door binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade hadden kunnen leiden;
De schade anderszins het gevolg is van een omstandigheid die aan de aanvrager kan worden toegerekend;
De vergoeding van de schade anderszins is verzekerd.
Het bestuursorgaan kan de aanvraag tot vergoeding van de schade afwijzen indien op het tijdstip van de aanvraag vijf jaren zijn verstreken na de aanvang van de dag na die waarop de benadeelde bekend is geworden met de schade. Indien de aanvraag betrekking heeft op een schade veroorzaakt door een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld, vangt de termijn van vijf jaren niet aan voordat dit besluit onherroepelijk is geworden.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie centrumontwikkeling Zevenbergen