Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 15

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Oosterhout 2018

1.. Burgers kunnen het woord voeren over onderwerpen die deel uitmaken van de voorlopige raadsagenda. 2.. Van de mogelijkheid tot inspreken wordt, zoals bepaald in artikel 14 van dit reglement, openbaar kennis gegeven en inspreken vindt, zoveel als mogelijk, plaats op de dinsdag in de week die voorafgaat aan de dinsdag waarop de raadsvergadering plaatsvindt. 3.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een aangelegenheid waar een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; brieven die voorkomen op de lijst van ingekomen stukken. 4.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit, ten minste 18 uur voor de aanvang van de vergadering waarop het inspreken is gepland, aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 5.. De waarnemend voorzitter van de raad zit de bijeenkomst voor waarop kan worden ingesproken. Hij geeft het woord op volgorde van aanmelding. Hij kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 6.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 7.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de spreker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel