Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Enschede 2018

In deze verordening wordt verstaan onder: archeologisch waardevol gebied: het gebied dat als zodanig is aangeduid in een vigerend bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede; leiding: een buis of kabel waardoorheen of waarlangs het transport van vast, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, warmte of van informatie wordt geleid, met uitzondering van bovengrondse hoogspanningsleidingen; leidingentunnel: voor de geleiding van een leiding aangebrachte infrastructuur, waar door een of meerdere netbeheerders gebruik van kan worden gemaakt; net(werk): een systeem van ondergrondse leidingen of samenstel van leidingen, daaronder mede begrepen lege buizen, bovengrondse en ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, warmte of van informatie; kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water , spoorbanen, waterkeringen en leidingen; netbeheerder; de natuurlijke persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid een leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor het aanleggen van een leiding heeft aangevraagd; ondergrondse obstakels: zich in de bodem bevindende verontreinigingen, materialen, objecten en stoffen die nadelige beïnvloeding van de staat van de aan te leggen of gelegde leiding tot gevolg (kunnen) hebben; vergunning: een vergunning zoals bedoeld in artikel 2.1. van deze verordening. werkzaamheden: alle stadia van werkzaamheden, die verband houden met de aanleg, het houden, het onderhoud, de exploitatie en het verwijderen van leidingen en het daarbij behorende herstel van de openbare ruimte; wet: telecommunicatiewet; Wibon: Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten, ook wel genoemd grondroerdersregeling; openbaar elektronisch communicatienetwerk: het telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. onder h van de wet; openbare gronden: openbare wegen en wateren als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. Hieronder wordt eveneens verstaan: openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende trottoirs, groenstroken, glooiingen, (midden)bermen, duikers, beschoeiingen en andere werken, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen maar ook wateren met daartoe behorende kunstwerken zoals bruggen, die voor een ieder toegankelijk zijn. aanbieder: een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid van de wet; gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid van de wet melding: melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a van de wet; huisaansluiting: het gedeelte van een kabel van minder dan 25 meter in openbare gronden dat een openbaar elektronisch communicatienetwerk verbindt met het netwerkaansluitpunt als bedoeld in artikel 1.1. onder k van de wet; werkzaamheden van niet-ingrijpende aard: het aanbrengen of verwijderen van leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; reparaties aan het openbare elektronische communicatienetwerk met een lengte van minder dan 25 meter en niet vallend onder artikel 7.2 van deze verordening; het maken van huisaansluitingen;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel