In aanvulling op de bepalingen over stemmen over in de Gemeentewet gelden de volgende bepalingen:
bij stemming over personen dient gestemd te worden met stembriefjes die het raadslid vooraf per post heeft ontvangen;
ieder raadslid levert zijn stembriefje persoonlijk, per koerier of per brief in bij de griffie na afloop van een vergadering;
de voorzitter bepaalt het tijdstip en zo nodig de volgorde waarop de stembriefjes uiterlijk door de griffie moeten zijn ontvangen en maakt de uitslag van de stemming zo spoedig mogelijk na dit tijdstip openbaar;
de voorzitter stelt de authenticiteit van de uitgebrachte stem vast en zorgt dat bij een geheime stem deze stem niet herleidbaar is tot het lid dat de stem heeft uitgebracht;
in geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de voorzitter;
bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de stemming.
HOOFDSTUK III › Paragraaf 3.
Artikel 26a
Stemming over personen – aanvullende
Onderdeel van Verordening Raadswerk 2018