Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Horecaverordening gemeente Utrecht 2018

Deze verordening verstaat onder: a. horecabedrijf: - de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, logies wordt verstrekt, of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan, een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. - een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden. b. terras: - het buiten de besloten ruimte van het horecabedrijf liggende deel, waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden verstrekt. - Een gevelbankje bij een (horeca)bedrijf/winkel wordt niet gezien als terras. c. houder: - de natuurlijke persoon of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt geëxploiteerd. d. leidinggevende(n): - a. rechtspersoon voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt geëxploiteerd. - b. de natuurlijke persoon, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan een horecabedrijf. e. bezoeker: een ieder die zich in een horecabedrijf bevindt, met uitzondering van: - leidinggevenden als bedoeld in het sub d; - personen wier aanwezigheid in het horecabedrijf wegens dringende redenen noodzakelijk is. f. paracommerciële instelling: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel