1. Het is verboden een horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben indien niet in het horecabedrijf aanwezig is:
a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, of,
b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 12a, eerste lid, is gemeld, mits de ontvangst van die melding is bevestigd, zolang nog niet op die melding is beslist.
2. In afwijking van het eerste lid is het een paracommerciële instelling verboden een horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daar alcoholhoudende drank wordt verstrekt, geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is:
a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, of
b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 12a, eerste lid, is gemeld, mits de ontvangst van die melding is bevestigd, zolang nog niet op die melding is beslist, of
c. een barvrijwilliger die een voorlichtingsinstructie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Drank- en Horecawet heeft gekregen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 12
Aanwezigheid leidinggevende
Onderdeel van Horecaverordening gemeente Utrecht 2018