Een op de weg of openbare plaats gelegen terras moet aan de volgende locatieregels voldoen:
a. De vrije doorgang voor het verkeer bedraagt minimaal 4,00 meter, tenzij anders is aangegeven in inrichtingsplannen.
b. Op het speciaal voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg (trottoir) bedraagt de vrije doorgang minimaal 1,50 meter, tenzij anders is aangegeven in inrichtingsplannen.
c. De minimale afstand van een terras tot de rand van een blindengeleidestrook is 0,60 meter.
d. Op de werven dient er minimaal 0,75 meter vrije doorgang te zijn.
e. De minimale diepte van een terras is 1,00 meter.
f. De diepte van een terras bedraagt maximaal de helft van het trottoir.
g. De maximale breedte van een terras is gelijk aan de gevel van het horecabedrijf.
h. Een terras mag niet worden geplaatst voor een in- of uitgang van een gebouw of terrein.
i. Een terras mag niet voor brandkranen of op brandputten geplaatst worden.
j. Een terras moet direct aansluiten bij het horecabedrijf waartoe het behoort. Hiervan kan worden afgeweken bij een terras aan de overzijde van een fietspad of een weg in het geval van een rijweg met een 30 km zone of tweerichtingsverkeer met een 30 km zone als er sprake is van een (zeer) lage verkeersintensiteit.
k. Er moet direct zicht zijn op het terras vanuit het horecabedrijf.