Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur rapporteert ten minste een maal per jaar aan gedeputeerde staten over de voortgang van de uitvoering van het beheerplan, de mate waarin de gestelde doelen worden bereikt, de redenen van eventuele afwijkingen en de voorgestelde maatregelen. 2.. Gedeputeerde staten kunnen, na overleg met de beheerder, nadere voorschriften stellen met betrekking tot de vorm en inhoud van de voortgangsrapportage, bedoeld in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel