Naar hoofdinhoud
1. Het dagelijks bestuur zendt onverwijld aan gedeputeerde staten ter kennisneming besluiten tot: oprichting van, deelneming in of opheffing van een rechtspersoon; het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, huishoudelijke verordeningen daaronder niet begrepen; het vaststellen, wijzigen of intrekken van een legger; het aangaan, wijzigen of ontbinden van belangrijke overeenkomsten betreffende de waterstaat; het vaststellen van ontwerppeilbesluiten; het vaststellen van ontwerpverordeningen, op grond van artikel 78 van de wet, waarin de regels ten aanzien van grondwateronttrekkingen en -infiltraties zijn opgenomen; het vaststellen van ontwerpcalamiteitenplannen, bedoeld in artikel 19.14 van de Omgevingswet, alsmede de besluiten tot vaststelling van de calamiteitenplannen. 2. In afwijking van het eerste lid zendt het algemeen bestuur de besluiten, bedoeld in de onderdelen c, d, en e toe aan gedeputeerde staten van de provincie, waarin het grondgebied is gelegen, waarop het besluit in hoofdzaak betrekking heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel