**1..** De eigenaar of beheerder van over de weg overhangende beplanting is gehouden zijn beplantingen zodanig terug te snoeien en gesnoeid te houden dat hinderlijke en/of gevaarlijke situaties worden vermeden.
**2..** Er is in ieder geval sprake van een hinderlijke en/of gevaarlijke situatie:
als op voetpaden die breder zijn dan 1.20 meter minder dan 1.20 meter vrije ruimte voor voetgangers overblijft;
als beplanting overhangt over voetpaden die smaller zijn dan 1.20 meter;
als beplanting overhangt over fietspaden, parkeerstroken of rabatstroken (klinkerstroken langs de rijbaan, bedoeld als parkeer- en voetgangersgedeelte);
als beplanting in de hierboven a tot en met c bedoelde gevallen hangt op minder dan 2.20 meter hoogte boven de openbare weg;
als armaturen van lichtmasten, ook op meer dan 2.20 meter hoogte, verkeersborden en brandweerkranen geheel of gedeeltelijk door beplanting worden afgeschermd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf
Artikel 2:15