Naar hoofdinhoud
1.. De eigenaar of beheerder van over de weg overhangende beplanting is gehouden zijn beplantingen zodanig terug te snoeien en gesnoeid te houden dat hinderlijke en/of gevaarlijke situaties worden vermeden. 2.. Er is in ieder geval sprake van een hinderlijke en/of gevaarlijke situatie: als op voetpaden die breder zijn dan 1.20 meter minder dan 1.20 meter vrije ruimte voor voetgangers overblijft; als beplanting overhangt over voetpaden die smaller zijn dan 1.20 meter; als beplanting overhangt over fietspaden, parkeerstroken of rabatstroken (klinkerstroken langs de rijbaan, bedoeld als parkeer- en voetgangersgedeelte); als beplanting in de hierboven a tot en met c bedoelde gevallen hangt op minder dan 2.20 meter hoogte boven de openbare weg; als armaturen van lichtmasten, ook op meer dan 2.20 meter hoogte, verkeersborden en brandweerkranen geheel of gedeeltelijk door beplanting worden afgeschermd.

Rechtspraak bij dit artikel