Naar hoofdinhoud
1.. Onder een vaartuig, niet zijnde een woonschip, korter dan 8 meter, wordt in deze verordening mede verstaan een vaartuig bestemd voor de pleziervaart, waaronder begrepen kano’s, open roei- en visboten en andere houten, rubber of kunststof vaartuigen of anderszins bevaarbaar vaartuig. 2.. Het is alleen toegestaan met een vaartuig (niet zijnde een woonschip, korter dan 8 meter) aan te leggen of af te meren aan de voor dit doel aangelegde openbare passantensteigers in de openbare wateren in Oegstgeest of binnen de door het college aangewezen wateren. 3.. Er is sprake van aanleggen of afmeren indien op enig moment een vaartuig vastgelegd of geplaatst wordt bij of aan een oever, meerpaal, aanlegsteiger of enig ander object in het water of op de wal. 4.. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen aan de openbare steigers. 5.. Er is sprake van het innemen van een ligplaats indien langer dan twee dagen achtereen met een vaartuig aangelegd wordt. Een vaartuig wordt geacht gedurende langer dan twee dagen achtereen ligplaats te hebben ingenomen indien tussen de eerste en tweede maal van aantreffen van dat vaartuig ter plaatse ten minste twee dagen en ten hoogste vier dagen zijn verstreken. Een vaartuig wordt geacht op dezelfde ligplaats te zijn gebleven indien dat vaartuig om de dag wisselend aan een andere publieke steiger wordt aangetroffen. 6.. Het is verboden om met meer dan één vaartuig aan te leggen aan een openbare aanlegsteiger. 7.. Het aanleg- en ligplaatsverbod is niet van toepassing voor een vaartuig waarvan de eigenaar tevens de rechtmatige bewoner (eigenaar of huurder) is van een oeverperceel dat direct grenst aan het water waar met het vaartuig de betreffende plaats wordt ingenomen. Deze ontheffing geldt voor maximaal twee vaartuigen per eigenaar of huurder van een oeverperceel. 8.. Het aanlegverbod is tevens niet van toepassing indien de eigenaar van het water of een bewoner (eigenaar of huurder) van een oeverperceel een derde toestemming verleent om daar gedurende maximaal acht uur aan te leggen, mits daar geen overlast voor de omwonenden door ontstaat. 9.. Het in het tweede, derde, vierde en vijfde lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Vaarwegenverordening Zuid-Holland of de Verordening watergebieden en pleziervaart Zuid-Holland van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel