De ( waarnemend) voorzitter van (een kamer van) de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
De (waarnemend) voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 Awb, afzien van het horen van belanghebbende(n).
Indien de voorzitter op grond van lid 2 afziet van het horen van belanghebbende(n) doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan.
Artikel 10
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Twenterand 2017