Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Procedures

Onderdeel van Nota Activabeleid 2018

De bevoegdheid tot het toekennen van investeringskredieten berust – in het kader van het budgetrecht – bij de raad. De investeringskredieten voor het eerstvolgende begrotingsjaar worden bij de vaststelling van de begroting, tenzij de raad een voorbehoud maakt om een investering op een later moment te autoriseren, beschikbaar gesteld. De lasten van de investeringen (kapitaallasten) zijn in de meerjarenbegroting opgenomen. Wijziging van de omvang en/of het doel van een investering is niet mogelijk zonder een nieuw besluit van de raad. Met de raad is immers een afspraak gemaakt omtrent een bepaalde inzet van middelen voor een vastgesteld doel en binnen een vastgestelde periode. Hiervan kan niet zonder een besluit van de raad afgeweken worden. Investeringskredieten worden voor een specifieke doel beschikbaar gesteld. Dat specifieke doel kan of moet binnen een bepaalde periode gerealiseerd kunnen worden. Om te voorkomen dat kredieten oneindig blijven openstaan is het gewenst om een bepaalde ordetermijn af te spreken, waarbinnen het doel gerealiseerd kan worden en dus het krediet in principe wordt afgesloten. Voorgesteld wordt om hiervoor een termijn van drie begrotingsjaren te hanteren. Bij de vaststelling van de jaarstukken wordt via een integraal overzicht van alle lopende investeringskredieten gerapporteerd over de voortgang en de daadwerkelijk af te sluiten kredieten. Indien er redenen zijn om de ordetermijn van drie jaar te verlengen, dan zal dit in dat overzicht gemotiveerd worden toegelicht. Afspraak 11 De bevoegdheid tot het toekennen, wijzigen en afsluiten van een investeringskrediet berust bij de raad. In principe worden kredieten na een periode van drie jaar afgesloten.

Rechtspraak bij dit artikel