De voorzitter, de leden van de raad, van het college en de griffier hebben in de besluitvormende raadsvergadering een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere raadsperiode van de raad aangewezen.
Indien daartoe aanleiding bestaat kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met het presidium.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 3.
Artikel 17.