Elke fractie kan maximaal vijf burgerraadsleden voordragen voor benoeming tot lid van de voorbereidende raad.
Burgerraadsleden worden door de raad benoemd. Zij leggen in de voorbereidende raad ten overstaan van de voorzitter de volgende eed (verklaring en belofte) af:"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de voorbereidende raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de voorbereidende raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!" (Dat verklaar en beloof ik!").
Hoofdstuk 1.
Artikel 8.