Naar hoofdinhoud
De bestuurlijke boete wordt afgestemd op de draagkracht van belanghebbende door de fictieve draagkracht te vermenigvuldigen met 24 maanden in geval van opzet, 18 maanden in geval van grove schuld, 12 maanden in geval van normale verwijtbaarheid en 6 maanden in geval van verminderde verwijtbaarheid. Onder fictieve draagkracht wordt verstaan de financiële ruimte boven 95% van de toepasselijke uitkeringsnorm op het moment van het opleggen van de bestuurlijke boete. Indien belanghebbende geen inkomen heeft of het inkomen bedraagt minder dan 95% van de toepasselijke uitkeringsnorm, dan wordt onder fictieve draagkracht verstaan: 5% van de uitkeringsnorm die van toepassing zou zijn als de belanghebbende een beroep op uitkering zou doen. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid geldt voor de belanghebbende die ten tijde van het opleggen van de bestuurlijke boete andere inkomsten heeft dan een uitkering en géén medewerking verleent om inzicht te geven in de hoogte van de inkomsten, dan bedraagt de bestuurlijke boete de maximale boete zoals vastgesteld in artikel 4 en indien van toepassing artikel 6. Boetebedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 10,-. De maximale wettelijke boete wordt niet afgerond. Invordering vindt plaats conform de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering waarbij rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel