Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 1:

Artikel 2

Het verlenen van ambtelijke bijstand

Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning Alphen aan den Rijn 2014

1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de gemeentesecretaris ambtelijke bijstand tenzij: a. het raadslid aan de griffier niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b. dit het belang van de gemeente kan schaden; c. de gevraagde bijstand dermate omvangrijk is, dat deze niet ingepast kan worden binnen de reguliere werkzaamheden van de ambtenaar. 2. De gemeentesecretaris beoordeelt, indien bijstand van de ambtelijke organisatie wordt gevraagd of deze op grond van het eerste lid onder sub b en sub c geweigerd wordt; de griffier beoordeelt in dat geval of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid onder sub a geweigerd wordt. Indien ambtelijke bijstand van de op de griffie werkzame personen wordt gevraagd beoordeeld de griffier of deze op grond van het eerste lid onder a, b en c geweigerd wordt. 3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en de voorzitter van de raad. De griffier licht vervolgens het raadslid dat het verzoek heeft ingediend in. Indien het verzoek door de griffie geweigerd wordt, licht deze de voorzitter van de raad en het raadslid dat het verzoek heeft ingediend in.

Rechtspraak bij dit artikel